Jan van der Schee te midden van de tentoonstelling 'geen zee te ver' in de Oudheidkamer over het visserijverleden van Pernis. Foto: Jacco van Oldenburg
Jan van der Schee te midden van de tentoonstelling 'geen zee te ver' in de Oudheidkamer over het visserijverleden van Pernis. Foto: Jacco van Oldenburg (Foto: Jacco van Oldenburg)

Er zijn elf sloepen 'op zee gebleven'

Lang zijn ze ermee bezig geweest, de vrijwilligers van de Oudheidkamer Pernis, maar het eindresultaat mag er zijn; de tentoonstelling 'Geen zee te ver' vertelt alles over het vissersverleden van het dorp. Foto's, voorwerpen en ander materiaal zijn te zien en bezoekers kunnen letterlijk in een nagebouwd vooronder van een Pernisse sloep zien hoe het leven aan boord is geweest. Vanuit die replica van het vooronder vertelt Jan van der Schee, vicevoorzitter van de Oudheidkamer en kind uit een vissersfamilie, maar al te graag verhalen uit deze vervlogen tijd.

door Jacco Oldenburg

Pernis - Pernis was, samen met Middelharnis en Zwartewaal, uniek vanwege de 'beugvisserij'. Er was ook andere visserij in het dorp, maar beugvisserij was veruit het grootst. Van der Schee beschrijft: "De sloepen vertrokken vanuit de Pernisse haven (nu de Nieuwedijk) naar de Noordzee. Vaak naar de Doggersbank, soms verder. De jongste jongen aan boord (11 of 12 jaar) en de schipper sneden vanaf 1.30 uur 's nachts 'prik' (aas) in ongeveer 3600 stukken."

"Rond 4.00 uur prikte de voltallige bemanning die prik aan de haakjes van de 15 kilometer lange 'beug' (touw). Vervolgens werd die beug in delen van 840 meter verankerd en op het water gemarkeerd door jonen (boeien). Als de volledige beug op de bodem van de zee lag voer de sloep 15 kilometer terug om daarna de vangst handmatig omhoog te tillen. Kabeljauw bracht het meeste op, schelvis iets minder en als je heilbot ving was je spekkoper", meent de voorzitter.

Vissen in de zomer was heel anders dan in de winter. "In de zomer verbleef de bemanning 6 à 7 weken op zee en werd de vis gepekeld. Zomerse visserij werd dan ook 'Zoute Visserij' genoemd", legt Van der Schee uit. "In de winter werd de vis in een 'bun' (grote bak met water) gegooid om zoveel mogelijk levende vis bij de afslag van Grimsby, IJmuiden of Vlaardingen aan te voeren. Omdat levende vis als vers werd gezien sprak men van 'Verse Visserij'. Leuk weetje: hier komt de oude term 'Versche en Zoute Vischerij' vandaan."

Uit de verhalen en de tentoonstelling blijkt wel dat het leven als visser een risicovol bestaan was. "Er zijn 11 Pernisse sloepen 'op zee gebleven'. Daarbij zijn in totaal 115 bemanningsleden verdronken", verduidelijkt de Pernisser. "Vooral oudere Pernissers weten dat er veel winkeltjes aan de Pastoriedijk hebben gezeten. Die winkeltjes waren vaak van weduwes van verdronken schippers. De buurt kocht bij deze winkeltjes, de saamhorigheid was groot. Als je man was verdronken kon je aankloppen bij het armenfonds van de kerk en later werd het visserijfonds opgericht waar vissers zich konden verzekeren voor een minimum gezinsuitkering voor als ze kwamen te verdrinken."

Toch kwam er een einde aan het vissersbestaan. "Op het hoogtepunt van de beugvisserij in 1895 telde Pernis 22 sloepen. Vanaf die tijd ontwikkelde zich de industrialisatie, waarop veel Pernisse vissers besloten te gaan werken in de industrie, met name bij de RDM op Heijplaat. Relatief veilig werk, een zeker loon en meer thuis kunnen zijn waren de hoofdredenen de visserij de rug toe te keren. In 1919 werden de laatste Pernisse sloepen, de Cornelia, Drimmelen, Lekkerkerk en Eibergen verkocht aan Maassluis. Dit betekende het einde van de zeevisserij in Pernis", besluit de voorzitter die nog veel meer kan vertellen over het visserijverleden van Pernis.

Herinnering

Het monument, de straatnamen en herinneringsbankjes aan de Maas memoreren het dorp nu aan haar roemruchte vissersverleden. Van der Schee: "met deze tentoonstelling brengen wij die herinnering tot leven. Proef de sfeer van weleer in de Oudheidkamer, voel deze belangrijke geschiedenis. Eentje om trots op te zijn!"

Open

De oudheidkamer Pernis is elke zaterdag en eerste zondag van de maand van 14.00 tot 17.00 uur geopend en bevindt zicht aan de Pastoriedijk 399/401. 'Geen zee te ver' is het hele jaar door nog te bewonderen. De toegang is gratis.

Meer berichten